Creatief Schrijven is het aanspreekpunt voor iedereen die schrijven gewoonweg niet laten kan.

  • Alle dagen dichten

    Elke dag van 2012 vind je hier een poëzieopdracht. Daniel Billiet, auteur, dichter en schrijfdocent, prikkelt jouw schrijftalent. Post je gedichten op Storees.net. Daar laat je lezers genieten van jouw woorden en krijg je feedback van andere schrijfgenoten.

    Gebruiksaanwijzing

    Om uit deze rubriek nog meer rendement en schrijfplezier te puren

    1. De definitie van een inspirerende schrijfopdracht luidt: elke opdracht die op de een of andere manier leidt tot een goed gedicht is een schrijfopdracht die naam waardig.

    2. Een literaire schrijfopdracht is geen schooltaak die je zo nauwgezet mogelijk moet uitvoeren. Integendeel! Schrijven is durven buiten de lijntjes kleuren.

    3. Leer met je pen luisteren naar het gedicht dat achter elke schrijfopdracht ongeduldig staat te trappelen om door jou in taal bevrijd te worden. Heb de moed die Lorelei te volgen.

    4. Gebruik al je zintuigen. Maar ook: leer luisteren met je huid. Tracht mee te voelen met je ogen. Proef met je oren de kleuren…

    5. Elk gedicht heeft de lengte en de vorm die het wil/nodig heeft/zelf zoekt. Moei je daar dus niet mee.

    Veel woord- en versgenot
  • Inschrijven

17 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer 17: verkleinwoorden. Dood aan al die verkleinwoordjes in een gedicht! Schrap alle woordjes op (t)je(s). Eentje per poëempje is al meer dan genoegjes. Jazeker, ook in kleuter- en kinderverzen.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: seniorenverzen. Er was ooit een hype van boekjes à la ‘Mijn zus ligt met sinterklaas in bed’. Nee, dit gaan we niet overdoen in gedichten! Terecht gunnen we kinderen een eigen subgenre, kinderverzen, nu de vergrijzing almaar duidelijker toeslaat, wordt het tijd voor een nieuw subgenre in de poëzie: poëzie voor senioren. Waarom zouden we senioren ontzeggen wat we kinderen gunnen? Natuurlijk mogen ook senioren een eigen specifieke kamer betrekken in het ruime huis van de poëzie. Uiteraard with al due respect. Of net niet. Met flinke scheuten (zelf)ironie, overdrijvingen en symboliek.

© Daniel Billiet

16 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer 16: metaforen. Een gedicht zonder één metafoor kan volgens mij maar moeilijk aanspraak maken op de krans: knap! Zo belangrijk acht ik dit. Het mag iets opvallender zijn dan: een boom van een vent!

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: kasseien. De kernen van onze steden en gemeenten en dorpen worden in snel tempo ‘gemoderniseerd’. Tja, in oktober zijn er gemeenteraadsverkiezingen. In nog sneller tempo zijn de laatste jaren de typische kasseien verdwenen. Vervangen door allerlei klinkers en truttige sierstenen. De karaktervolle oerkassei wordt persona non grata. Naaldhakken en rollators houden er niet van. Slecht voor de commerce en vermits de middenstand regeert, weg met de Vlaamse kassei! Zo verdwijnt alweer een stuk erfgoed. Schrijf in een bonkig gedicht de klacht van een berg uitgerangeerde kasseien.

© Daniel Billiet

15 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer 15: zelfstandige naamwoorden. De echte dragers van je
verzen zijn de zelfstandige naamwoorden (en zelfstandige werkwoorden). Het is door het best gekozen zelfstandige naamwoord dat je gedichten het piekfijnste hout snijden. Ja, er bestaan synoniemwoordenboeken, gebruik ze.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: een brievenbus. Bij de dierenarts vind je soms een brievenbus in de vorm van een hond. De opengesperde mond van de hond is de gleuf waarin de postbode zijn lading kwijt kan. Bij de wijnhandelaar vind je soms een wijnvatbrievenbus. Maar wat bij de boekhouder? Bij de pastoor een mini-biechtstoel? Beschrijf in een gedicht de brievenbus van een…?

© Daniel Billiet

14 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer veertien: adjectieven. Als je klaar bent met je gedicht, tel dan eens je adjectieven. Te vaak wordt naar een adjectief gegrepen omdat de dichter niet haarscherp kon uitdrukken wat hij gezegd wil hebben. Of, o gruwel, om expliciet te worden! Weg met de adjectivitis!

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: een paasei. Bij het werken in de tuin vind je een paasei. Of wat daar nog van rest. Na 7 jaar verstoppertje spelen. Maar kijk! Bij dat verlepte paasei steekt een briefje? Je dochter van 13 vraagt hierin aan de paashaas om een groter maatje borsten. Of om een kus van Leonardo Di Caprio. Of je zoon vraagt om langere basketbenen. Of…?

© Daniel Billiet

13 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer dertien: taal. Een gedicht waarbij je als lezer niet één keer blij verrast opkijkt van een opvallend talig gebeuren – du jamais lu – is geen sterk poëem. Een juweel dat niet glanst en schittert is geen juweel.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: handgeklap. Echt gezien! In een drukke winkelstraat bewondert een vrouw een jurk in een etalage. Iets te lang voor de ongeïnteresseerde echtgenoot; hij klapt twee keer nadrukkelijk in de handen. Stilzwijgend voegt de vrouw zich meteen braafjes bij de man, die niet op haar wacht en al wegstapt. Heerlijk straattafereeltje! Ideaal voor een gedicht. In je verzen neem je bijvoorbeeld het standpunt in van die vrouw die dit vertelt aan haar dochter. Of haar minnaar. Of haar poedeltje. Of…

© Daniel Billiet

12 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer twaalf: de slotregel. Te vaak krijg je als lezer de indruk: he, hier staan eigenlijk twee slotverzen? Kan best, gebeurt wel meer als de dichter niet één krachtig slotakkoord heeft gevonden dat-ie foutief opteert voor twee slotregels. Maar: een half + een half maakt nog niet één.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: Moederdag. Morgen, 13 mei, vermeldt mijn agenda: moederdag. Natuurlijk heb je al je strafste gedicht voor je moeder geschreven. Maar heb je ook al eens gedacht aan al die moeders die morgen nagelbijtend geen speciaal voor hen geschreven gedicht zullen aantreffen in hun brievenbus? Ik zeg wel degelijk: brievenbus! Stel nu eens dat alle 777 dichters die zowat dagelijks Alle Dagen Dichten lezen een gedicht schrijven voor een moeder in hun buurt. En dat onder gesloten omslag naamloos droppen in de brievenbus van een moeder in de buurt? Doen!

© Daniel Billiet

11 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer elf: de slotregel. Is geen samenvatting of God beware me een moraliserend minilesje. Een beeldrijk, suggestief pakkende (slotr)egel blijft naprikken.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: een moment om te zwijgen. Zoveel gekakel, meningen, getater, geteut en gedaas, geschel en gechat, getetter en gebazel… Non stop. Terwijl zich op een bordje zoveel knappe kansen presenteren om net dan en daar, hic et nunc, opvallend niets te zeggen. In een gedicht selecteer je zeven fantastische kansen om even niets te zeggen. Niet omdat je met je mond vol tanden staat en het even niet weet om wat dan ook te zeggen, maar omdat je beseft: nu is het een prachtmoment om even mijn kiezen op elkaar te houden.

© Daniel Billiet

10 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer tien: de openingsregel. Nog te vaak menen dichters dat een gedicht een inleiding, een set-up nodig heeft. Niks van; dat was vroeger zo, nu niet meer. Nu verdient het alle aanbeveling origineel talig op volle snelheid je gedicht te openen.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: bomen aan een drukke weg. Natuurlijk is het schitterend hoe zonlicht speelt tussen de takken van oude bomen langs een laan. En daar zo met een cabrio cruisen op een zomerse dag… Maar veel van die lanen zijn ondertussen heel drukke verbindingswegen geworden en moeten veel te veel en te snel verkeer slikken. Beeld je maar eens in dat jij zo’n boom bent waarlangs elke dag duizenden auto’s zoeven. Op een haar na schurken ze zich langs je huid. Vergeet niet: een boom is het grootste levende wezen op aarde. En kan niet eventjes wegduiken als er een tientonner komt aangeraasd. Hoe vaak per dag houdt zo’n boom de adem in, verstijft hij tot in zijn wortels? Ook ’s nachts is hij niet veilig… Vertaal dit leven in constante angst in een gedicht.

© Daniel Billiet

9 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer negen: de openingsregel. Moet meteen de lezer in zijn brein bij het nekvel grijpen. Moet verwachtingen creëren, mag niet te braaf of te onschuldig zijn. En mag zeker niet te veel verklappen. Tip als je eerste niet treffend genoeg is, dan is je tweede regel misschien wel de eerste?

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: afgeluisterd worden. Bij het ‘strippen’ van een bevriende woonkamer kwamen we plots, goed verstopt in de isolatie, oog in oog te staan met een klein zwart doosje. Na wat wrikken en frunniken klikte het open. Het was een mini-afluisterapparaatje?! Dat was even schrikken. Die vriend woonde daar toch al een kleine tien jaar, is geen extremist, behalve met betrekking tot wielrennen. Hij is niet echt politiek actief, noch ondergronds werkzaam als spion. Denk ik toch. Want nu begin ik toch te twijfelen. Aangifte bij de politie leverde niets op. Ik hoef er niet bij te zeggen dat zoiets massa’s vragen en ook wel angsten en kwaadheid oproept. Ideaal voer voor een gedicht. Of twee. Of drie. Of vier. Een cyclus misschien?

© Daniel Billiet

8 mei

In mei legt Alle dagen dichten elke dag een poëzie-ei. Een spoedcursus gedichten schrijven in 31 vuistregels, elke dag één uppercutje. Vandaag nummer acht: show, don’t tell. Wees niet expliciet, maar impliciet suggestief. Toon, leg niet uit. Gun de lezer het leesplezier van zelf te ontdekken. Expliciet verwoorden is als het belerend vingertje van ouderwetse schooljuffen.

Wat ook je grijze hersencellen tot poëzie kan prikkelen: nachtkastjes. Iedere keer dat ik op een rommelmarkt of in een brocantezaak zo’n oud nachtkastje zie, overvallen die kastjes me met een resem vragen. Naast wiens bed stond dit? Wat werd er in opgeborgen? Welke foto stond erop? Waarom staat dit nu hier? Allemaal vragen die kunnen leiden tot een knap gedicht.

© Daniel Billiet