Begin deze week viel een kleurrijk kaartje in de bus: mijn uitnodiging voor de vooropening van de boekenbeurs. Blijheid alom.
Vooropening – wat een vreemd woord. Je vreest alsnog voor gesloten deuren te staan.
Zo een exclusieve uitnodiging op naam schept torenhoge verwachtingen. Het klinkt als een prelude tot seks, als een wandeling in het glazen straatje, als een date met twee nimfen aan het voorportaal van het vagevuur.
Piramides champagneglazen, zilveren lepels beluga, mild ironische gesprekken met het kruim van de Vlaamse intelligentsia, babes in catsuits die de ganse nacht voorplatten opblinken en met een hagelwitte glimlach luxe-uitgaven op adembenemende borsthoogte aanprijzen… de mogelijkheden lijken eindeloos, de nacht wanhopig kort, de kater nu al legendarisch.
Waarschijnlijk is zo een vooropening even spannend als een kindersurprise.
Wie vanavond ongetwijfeld wel op Fabergé eieren zal lopen, is Joke Schauwvliege, de actrice annex minister van Cultuur. Zij geeft op de Boekenbeurs haar maidenspeech. Nu al staat de literaire meute klaar om haar te stenigen met Vandale woordenboeken en het verzamelde werk van W.F. Hermans. Vaagheid valt dan ook aan te raden: gebruik zinsnedes als ‘democratisering van het leeswezen’ , ‘erkentelijkheid naar de literaire boekhandel toe’ of ‘gepaste steun aan auteurs’ en goedkeurend gemompel zal uw deel zijn. Zwijg echter over ‘leenrecht’ en fiets in een wijde boog om ‘Staatsprijzen’ en aanverwanten heen.
Maar we zullen ook gelukkige gezichten te zien krijgen. Simone Lenaerts mag de Debuutprijs in ontvangst nemen. Wie dacht dat vergrijzing maar een modewoord was om u langer te doen werken en aan uw pensioenrechten te knibbelen, ziehier het levende bewijs van het tegendeel. Opnieuw een vrouw ook. Wie de titularissen van de laatste tien jaar onder de loep neemt, merkt een mooie vijftig-vijftig verdeling in de geslachten – op dat ene onzijdige jaar 2006 na waarin geen enkel debuut het lezen waard bleek en de prijs dus in de kast bleef.
Dergelijke emancipatie en evenredig verdeelde aandacht voor iedere bevolkingsgroep zal Ingrid Lieten plezieren. Brengt Joke alsnog goed nieuws mee naar Brussel.
(c) Roderik Six

Als u hier bent

staan wij daar!
Het is eens wat anders, een Boekenbeurs opbouwen

We staan in zaal 2, stand 222. Je herkent ons van ver.

Jan ziet het helemaal zitten.

Hij zit al eens om een vijs verlegen, wij nooit.

De polyfilla wordt altijd heter gesmeerd dan geschuurd.
de deur van mijn vader
valt steeds in het slot
van mijn vraag
wie hij was, wat hij dacht, wat hij vond
verborg hij in zwijgen
bewaakt met zijn glimlach
soms in het glas van een winkelruit
zwijgt hij me aan
we botsen
we lachen
tot het scharniert in mijn rimpels
(c) Jos Rosenboom
“Dat zijn jouw zaken niet”
Openlijk bekennen ze kleur, maar ze geven zich niet bloot. En dat doen ze met klem. Ze zullen niets onthullen, maar de stelligheid waarmee ze poneren ‘dat het je zaken niet zijn’, spreekt boekdelen.
Tenminste … Dat denk ik, want ik heb er het raden naar.
Ik fantaseer me te pletter over dit type liefdesbriefschrijver.
Googelen zij op ‘1001 standjes’ – om dan bij even zoveel liefdes uit te komen – ?
Worden ze wild van liefdesverklaringen op het randje?
Of moet het voor hen over dat randje gaan?
Gaan ze op papier veel verder dan dat ze ooit zouden gaan?
En waar ligt het randje van gedurfde sfeermakerij?
Het lijkt mij dansen op een slappe koord.
Stuurt dit type zijn of haar (er zullen evengoed vrouwen tussen zitten, ja toch?) brief überhaupt op? Naar wie? Een vurige vlam, een ouwe getrouwe?
Wie laat zich verleiden door pikante verleidelijkheden, aangeboden op een banaal blaadje papier?
Belanden de brieven in een doos onder bed?
Vormt het een leidraad in een gewaagd liefdesspel?
Kan men de spanningsboog van het schrijven repliceren tijdens de daad?
En hoe vaak lukt dat dan?
Ik heb er het raden naar. Maar intrigerend is het wel.
Vind jij dat ook?
Op www.1001liefdes.be tref je brieven van het bravere stoutere soort.
Die van een klasse hoger lees je er niet.
Natuurlijk niet, want dat zijn ook jouw zaken niet!
Volgende keer: De liefdesbriefschrijver, type 5
“Ja, ik wil”
We dimden het licht. Zij schenen bij.
We trokken even de telefoon uit. Sorry daarvoor.
We tokkelden als een gek op de computer. Zoals altijd.
We zwegen wanneer Sarah aan het woord was. Zij weet gewoon het meest.
We lachten voor de camera. Doen we d’er ook achter.
We hoorden de intro meer dan eens. Een intro moet juist zitten.
Wij zagen dat het goed was.
Jij kan dat ook. Vanaf volgende week.
RTV viel binnen bij Creatief Schrijven, en blikte een reportage in.
Frappant TXT op tv, vanaf woensdag 21 oktober op Knack boekenwebsite.
deur
stap niet door de deur heen
naar het gras dat groener
hang je oog aan het kijkgaatje
lieg wat je ziet
wat meer en nog
blijf staan, stap nooit
want het gras dat o zo
zal je tenen slikken
(c) Joey Brown
Boeken vol postzegels
en jaren van lijven
uitbundig gekleurd
Na het stollen van haar schoot
de zegels, de dagen
met armslag
Blozend valt de avond
Zij wacht
(c) Ann Tronquo
‘Na tien jaar is het zot er wel vanaf‘
Ze stonden erbij en ze keken ernaar.
Ziedaar de samenvatting van de liefdesbriefschrijver, type 3. Uitgeblust.
Oh ja, ze weten perfect hoe het vuur voelt. Hoe het je de adem afsnijdt. Hoe het je dorst vergroot. Hoe het je doet snakken naar elkaar.
Maar het is alweer zo lang geleden. Ze moeten erg diep graven in hun herinneringen.
Als ze naar elkaar kijken, wisselen ze een glimlach. Meewarig.
Alsof ze afvragen wie de schuld treft. Dat de verrassing zoek is. Dat sleur zijn intrede deed.
‘Een liefdesbrief, zeg je?’
‘Pfff, waar is de tijd?’
Oh ja, ze zien elkaar graag. Wie eerst wakker is, zet koffie. Wie kookt, hoeft niet af te wassen. Samenzijn is een perfect passende gewoonte.
Waar hadden ze het vroeger over? En waar hebben ze het nu in feite over?
Als ze naar elkaar kijken, lezen ze zekerheid. Geruststelling.
Alsof ze beseffen dat dit de verrassing is. Dat het ook zo kan. Dat het goed is zo.
Oh ja, dit type schrijft liefdesbrieven. Lees maar na op www.1001liefdes.be
De volgende keer: De liefdesbriefschrijver, type 4
‘Dat zijn jouw zaken niet‘